1.12.05

 

Jakkes

Laten we beginnen met de inkopper dat het hier met de hygiëne anders is gesteld dan thuis. In Tunesië valt het nog wel mee, maar Libië en ook Egypte hebben nog een aardige weg te gaan. In Libië wordt er vaak geen huisvuil opgehaald en als het al wordt opgehaald wordt het net buiten het dorp neergestort. Niet netjes op een vuilnisbelt maar zomaar op de vlakte, met als gevolg dat het overal naar toe waait. Soms zie je dan ook eerst de ‘plastic’ akkers voordat je een dorp inrijdt.
Als het niet wordt opgehaald, dan wordt het gewoon ergens langs de straat in het dorp gedumpt. Al met al waren we niet echt te spreken over de hygiëne in Libië. Het sanitair viel best wel mee al zag het er in de jeugdherbergen niet altijd tip-top uit. We hebben aardig wat voorbij zien drijven, omdat de watertoevoer niet 100% was. Gek dat ze niet gewoon altijd een hurk toilet maken, is veel hygiënischer (bv geen bril) en zoveel oude mensen (die liever niet hurken), komen er toch niet in jeugdherbergen!
In Egypte kunnen ze er ook wat van en omdat Oma ook in hotels sliep, hebben we daar ook van kunnen meegenieten. Over het algemeen kan je stellen dat alles draait om geld. Ga je redelijk low-budget (lager dan 50 pond) in een hotel dan is het sanitair van slechte kwaliteit (spoelt niet/slecht door, bril vliegt alle kanten op, niet elke dag schoongemaakt) en moet je altijd maar weer afwachten of je warm water krijgt tijdens een douche. Ook opletten dat je geen elektrische schokken krijgt, dit was het geval in Bahariya). Op een camping is het altijd moeilijk de spullen schoon te houden, maar uitzonderingen bevestigen de regel. In Gadames, Libië, waren die zaken het best geregeld.
Als we bij een hotel staan, mogen we altijd gebruik maken van het sanitair van het hotel en dat is meestal wel in orde. Uitzondering van hotel Continental in Kairouan, Tunesië, waar we eerst gebruik mochten maken van het sanitair van het hotelpersoneel. Nou, dat was echt smerig en daar gingen we dus mooi niet mee akkoord.
Verder hebben we niet echt ‘jakkes’ te melden over hygiëne/vuiligheid, al moeten we wel eerlijk bekennen dat onze verwachtingen vaak niet erg hoog zijn. Nu we met de kinderen reizen hebben we wel een ‘up grade’ gemaakt. Tot op heden doen we dus een goede zaak, want de kinderen zijn niet ziek geweest. Eén keer was het wel echt ‘jakkes’ met Rik en hebben we hem een paar keer na een enorme poepluier gelijk onder de douche moeten zetten en zijn kleren moeten wassen. Meestal kwam het wel aardig uit, maar de keer dat het gebeurde tijdens de 4x4 bij de Ubari meren, was wat ongelukkig. Gelukkig hebben we altijd alles bij ons en is hier alles binnen een korte tijd gewassen/gedroogd.
Ongedierte houdt zich goed schuil en tot op heden nog geen kakkerlak gezien. Alleen in Tunesië kon ik een keer een markt betrappen op ratten. Tijdens onze inkopen op de markt in Bizerte, Tunesië, lagen er 3 dode voor een slagerstalletje.
Qua eten is het hier ook allemaal net iets anders. Wanneer er iets is geslacht bij de slager dan hangt het aan een grote haak en ligt de kop van het dier er bij als bewijs dat alles vers is. Natuurlijk anders om een dromedaris kop te zien, geiten en koeien zijn toch minder spannend. In Tunesië kopen we nog vlees, maar daarna zien we tot en na de Carrefour in Cairo niets meer in koeling liggen en houden we het op blik. Op markten ziet alles er best redelijk uit en hebben we niets te klagen. Wel moet je heel erg uitkijken met wat je koopt. Een shop heeft meestal alleen goede kwaliteit of slechte. Bij de slechte zijn de appels van binnen bruin en zitten er in de sinasappels alleen maar pitten en geen sap. Beter dus iets meer betalen.
Wie er wel te klagen hebben zijn de vrouwen in vooral Egypte. We komen in Luxor een stel Duitsers tegen die de rest van hun leven reizen. Wat blijkt, ze zijn van onze leeftijd. Ze hebben alles in Duitsland verkocht en hebben daar alleen nog maar een dochter van 21 jaar. Ze reizen in een 10t zware Man vrachtauto en nemen altijd de tijd om in contact te komen met de plaatselijke bevolking. Komt ook mede door het feit dat hij voor een krant stukjes schrijft. Van hem horen we een aantal echte ‘jakkes’ verhalen.
Tijdens een reis door Ghana kwamen ze in een ziekenhuis terecht. Ze zaten te wachten in de hal en plotseling wordt er een man binnen gebracht die er niet goed aan toe was. Zijn arm was eraf, zijn buik open en zijn been hing er ook wat bij. Deze man werd gewoon in de hal gelegd, niet in een aparte kamer, en het duurde lang voordat er iemand kwam. Eerst kwam er een zuster aangesukkeld en die legde alleen de arm weer naast de man (bij zijn benen) en dekte hem toe. De arts kwam daarna en gaf hem alleen maar een zak met bloed. Waarom rennen ze niet? Het antwoord was: als de dokter moet rennen voor je leven ben je te laat in Ghana. Ja, een leven dan soms heel erg weinig waard zijn. In Mali kwamen ze een moeder tegen met een dochtertje die een flinke wond aan haar been had. Natuurlijk wilde de Duitser wel helpen om het kind naar het ziekenhuis te brengen, de moeder had liever geld van de rijke toeristen. Het consult koste een half biertje, een heel biertje dronk de vader regelmatig met gemak. Het was ‘maar’ een meisje en de medicijnen zouden toch te duur zijn. Dan maar een nieuw kind. Ook speelt vaak de voodoo een rol en denken de ouders dat het kind besmet is en dan ook maar moet sterven.
Meer bij huis kregen we ‘jakkes’ te horen op sexueel gebied. In Egypte is het nog steeds vrij normaal is om meisjes te besnijden (clitoris). Maar het komt ook voor dat de schaamlippen worden ingekort.. De mensen hier, natuurlijk de mannen, geloven dat een vrouw minder behoefte heeft aan sex als ze kortere schaamlippen heeft. Daarom denken de mannen hier dat de vrouwen uit het Westen altijd behoefte hebben aan sex, omdat die niet ingekort zijn. It’s a man’s world.
Die mannen weten wat. Het is hier namelijk ook heel normaal dat mannen eens flink in het publiek in hun kruis staan te grabbelen. Je moet er maar jeuk hebben.

Genoeg gegriezel, we gaan met konvooi naar Aswan. Dat is niet echt plezierig en Monique moet flink aan de beugel. Het konvooi rijdt namelijk veel te hard en het lijkt wel een race. Er wordt geen gas teruggenomen in de vele dorpjes en er is overal stof. Wat moet het akelig zijn voor de plaatselijk bevolking om elke dag zo’n 10 tot 40 voertuigen door je dorp heen te krijgen. En stoppen doen ze nooit, dus er valt ook niets te verdienen. Voor ons is het ook niet leuk, omdat we niet kunnen stoppen waar we willen. Ook heeft Monique het moeilijk met de politie auto die achter haar rijdt, want die zit maar te drukken en laat zijn sirene iedere keer horen als er een voertuig voor de bus zit. Dan moet dat voertuig de berm in. Zelfs Oma zit niet ontspannen naast haar op de bank.
We komen zonder kleerscheuren in Aswan aan en dat is ook wat. Van de Engelsen in Luxor hadden we gehoord dat ze problemen hadden met de motor en die waren waarschijnlijk te wijten aan het te hard rijden met het konvooi. Gelukkig hadden we dat verhaal op tijd gehoord en was onze afspraak: probeer het konvooi te volgen, maar als ze te hard gaan zakken we gewoon af. En zo gebeurde het.
In Aswan gebeurt iets bijzonders. Jakkes, de Lonely Planet laat ons volledig in de steek. Er staat netjes een plattegrond in van de stad, meer dan 200.000 inwoners, maar de legenda ontbreekt. Dat hebben we nog niet eerder meegemaakt. Maar we komen er toch best wel uit en vinden bij het Basma hotel geen goede stek voor de bus, bij het New Abul Simbel hotel geen geschikte kamer voor Oma en slagen bij het Ramses hotel met vlag en wimpel. Een ruime 3 persoon kamer met zitje. Helaas is er geen plek voor mij, maar ik vind het best wel fijn dat ik in de bus mag slapen. Weet ik in ieder geval 100% zeker dat hij er de volgende morgen ook nog staat. Dat idee is wel een beetje overdone, want de bus moet voor de toeristenpolitie worden geparkeerd en daar is 24 uur bewaking.
Als de jongens op bed liggen, Rik in zijn bedje en Bart in een groot bed, loop ik met moeders nog even langs de Nijl en door de souk. Die is best aardig en natuurlijk worden we vaak aangesproken om iets in een winkeltje te kopen. Daar komen we echter niet voor en de mensen zijn niet te opdringerig. Wel komen we weer bij toeval Loek tegen en die houdt me nog tot 22.30 uur aan de babbel, gezellig. Oma lag toen al ruim te slapen met de rest van het gezin op de 7de etage in het hotel.
In het hotel is er ontbijt en we hebben nog tot 11.00 uur. Dan pas gaat het konvooi naar Abu Simbel. We doen het rustig aan en tanken nog even en controleren de bandenspanning. Dat tanken is vaak een langdurige kwestie, want het schuimt erg en het is de sport hier om zo veel mogelijk in de tank te krijgen. De bandenspanning kan je niet bij een tankstation laten controleren, daar hebben ze een aparte bandenzaak voor. Ook laten we de jongens nog in het park spelen en daar hebben ze er veel van in Aswan. Ja, het mag een grote stad zijn, we hebben het er best naar ons zin. En dat zeggen we niet vlug van een stad! Helaas een smetje die dag, Monique ziet een paaltje over het hoofd en de achterbumper loopt wat schade op. Gelukkig weet ik het te maken met een enkel schroefje en wat klappen hier en daar. Kan gebeuren.
Het is maar een klein konvooi en als we Aswan uit zijn valt het helemaal uit elkaar en kunnen we ons eigen tempo rijden. Om ons heen weer veel zand en we zijn weer terug in de woestijn. Heerlijk. We zien buiten het zand ook mooie bergen en het landschap kan ons toch weer boeien. Veel komen naast geen dorpjes tegen en 100 km per uur kunnen we halen. Zonder pauze bereiken we Abu in de middag en zoeken gelijk een plekkje voor de avond.
Het is even zoeken, maar bij nummer 3 is het prijs. Het is een leuk Nubisch (= naam voor plaatselijke bevolking) hotel en met de bus mogen we er gratis staan. Gelijk even thee maken in de kamer van Oma met de waterkoker en de jongens kunnen hun energie weer kwijt in en rond het hotel. Er zijn verder geen andere gasten, dus ze mogen van ons er even tegenaan. Dat gaat soms wel letterlijk en dan moeten we Bart bestraffend toespreken. Maar Rik laat zich de laatste tijd ook de kaas niet meer van het brood snoepen en geeft grote broer er soms ook van langs.
We eten extra vroeg die avond, want we willen naar de geluid en lichtshow op het Abu Simbel complex. De jongens werken gelukkig ook mee en we nemen zelfs onze jassen mee. Er staat wat wind en we zijn per slot van rekening in de woestijn. Dan kan het afkoelen.
De show maakt diepe indruk op ons en is zeer professioneel opgezet. De geschiedenis van de afgelopen duizenden jaren flitst over ons netvlies en wordt geprojecteerd op de 2 bergen waar de 2 beeldengroepen staan. Dat is een flink oppervlakte, het grootste is zeker 40 bij 30 meter. Rik kijkt met open mond en zit knus tegen zijn moeder aan en Bart vindt de muziek wat te hard. Toch kunnen we de hele show uitkijken en dat is iets meer dan een half uur. Aan het eind blijven de beelden nog in het licht ‘staan’ en probeer ik nog een mooi plaatje te schieten. Moet was moois bij zitten. Met de bus terug naar het hotel en daar vlug de jongens in bed doen. Het is al half negen, kan wel voor een keer.
De 2 tempels van Abu Simbul zijn bij daglicht ook prachtig. We nemen er alle tijd voor en het is weer een prima volgorde. Eerst de tempels bij nacht met uitleg en nu bij dag met het handboek van Oma. Gelukkig heeft ze dat meegenomen, want onze Planet is wel heel erg summier. Ramses II vond zichzelf een god en de 4 beelden zijn ook van die kwaliteit, goddelijk. Toch altijd weer heel anders om ze met eigen ogen te zien, dan van een plaatje of dia/foto van een andere reiziger. De jongens spelen lekker in het zand en wij nemen alle tijd om de beelden (van Ramses, vrouw, goden) te bekijken en zijn zeer verrast over de afbeeldingen binnen. Eerst kom je in een hal met 8 beelden van zijne koninklijke hoogheid en vervolgens zijn er allemaal nissen met prachtige afbeeldingen uit die tijd van goden. De details zijn fabelachtig en ook zit het allemaal nog strak in de verf. Ook de jongens hebben er oog voor en Bart neemt me iedere keer bij de hand om me details te laten zien. Natuurlijk doen we ook ‘kiekeboe’ in de tempel. Het is erg rustig en alle nissen en pilaren nodigen erg uit voor wat fun.
Leuk om te realiseren dat een oud collega, Guus T, hier ook is geweest. Tijdens zijn bezoek heeft hij het zonlicht zien schijnen op 3 van de 4 beelden van goden die helemaal achter in de tempel staan. Dat gebeurt maar 2 keer per jaar. Zijn foto’s zitten in mijn geheugen en spreken nu nog meer.
De 2de tempel is wat minder groot en is gemaakt voor de vrouw van Ramses, Nefertari. Het aangezicht heeft 6 beelden en binnen zijn ook weer verschillende nissen met afbeeldingen in de rots gehouwen. Moet echt een enorme klus zijn geweest in de periode 1964-68 om de 2 tempels te verplaatsen. Dit was nodig om het Nasser meer te creëren. By the way, het grootste (kunstmatige)meer te wereld.
Na een paar uur lopen we terug naar de bus, rijden naar de camping en nemen een middag rust. Rik kan heerlijk in de kamer van Oma een middag dutje doen en de anderen genieten van het uitzicht, lezen wat, spelen/lezen met Bart of doen dingen in/rond de bus. Als Rik is uitgeslapen lopen we naar het dorp en dat is een leuk uitje. Zo zien we nog de Nubische (= plaatselijke bevolking) huizen en bezoeken we de kleine souk. Daar zien ze niet elke dag toeristen en de jongens krijgen weer een chocolade reep bij de man waar we alleen maar 6 eieren kopen (voor 2 pond). Het blijven vriendelijke mensen en die blonde koppies doen het goed.
Het konvooi brengt ons terug naar Aswan en dat gaat relaxed. Als je Abu Simbel uit rijdt valt het konvooi meteen uit elkaar en kunnen we ons eigen tempo rijden. Wat een verschil met de rit van Luxor naar Aswan. In Aswan weten we nu de weg en eerst rijden we langs Egypt Air. De vlucht voor moeders is OK en we rijden gelijk langs de politie. Daar krijgen we te horen dat je tot 14 dagen na het verstrijken van het visum, je verblijf kan verlengen en daar kijken we van op. Wie weet maken we daar gebruik van. Wordt vervolgd.
Het Ramses hotel verrast ons, want voor precies dezelfde kamer 708 moeten we nu niet 85 pond betalen maar 130. Dan zijn ze mooi aan het verkeerde adres en Monique weet vakkundig de mensen tot inkeer te brengen. 85 en geen pond meer. Altijd plezierig om terug te keren op vertrouwd terrein en ook de toeristen politie herkent me nog. Gelijk diesel tanken en een taxi voor moeders regelen voor morgenochtend. Ja, ja de tijd vliegt (en moeders ook!).
We hebben nog tijd over en besluiten een Feloeka tocht te regelen. De eerste de beste man die ons aanspreekt heeft beet en daar schikt hij van. Normaal krijgt hij natuurlijk alleen maar ‘nee’ te horen en ik reageer zeer enthousiast. De prijs van 270 pond is wat hoog in mijn ogen en uiteindelijk komen we elkaar tegen bij 55. Het is heerlijk om op het water te zitten, niet zo warm, en er zijn een boel dingen om te zien. Je hebt prachtig zicht op de hoofdstraat van Aswan, de Cornisch, de diverse eilanden, het mausoleum van Aga Kahn, een botanische tuin en er vliegen heel wat vogels af en aan. Natuurlijk ontbreekt de herrie maker niet: de Nijlgans. Nee, dan genieten we meer van de grote ijsvogel.
Geen zin om te koken en we nemen moeders mee uit eten. Dat heeft ze wel verdiend en Monique komt met een geweldig restaurant op de proppen. Aswan Moon schotelt ons een heerlijke Shis Kabab voor (= gegrild vlees) en de jongens hebben kip. Het toetje is DE topper en schrijf het allemaal dik in jullie geheugen. Als je in Egypte bent MOET je Om Ali eten. We verklappen lekker niet wat het is, het is goddelijk. Monique weet zelf een pak te kopen en dat kunnen we mooi thuis klaarmaken.
Met een geweldig gevoel lopen we over de boulevard (langs de Nijl) terug naar het hotel. De jongens proberen we te temmen en in bed te krijgen en met zijn 3’n nemen we nog even alles door van de afgelopen 2 weken en de dag van morgen. Moeder het was WERELDS en we hebben het toch maar mooi gedaan.
Het gezin zit al weer aan het ontbijt als ik het hotel in kom om kwart voor 7 en het stokbrood met kaas/jam smaakt hun goed. Om half 8 staat de taxi voor de deur en nemen we afscheid van Oma. Ook van een heleboel spullen die we niet meer nodig hebben en de foto- en diarolletjes. Behouden vlucht en later hoorden we dat alles FIRST class is gegaan. Er zijn van die mensen…
Wij rijden met de bus naar de straat waar het konvooi vertrekt naar Luxor en zijn ruim op tijd, 8.00 uur. Ik zit dit keer achter het stuur en de reis valt reuze mee. Er wordt normaal gereden en we zijn zo slim geweest om het konvooi met de tussenstops te nemen. Eerst een stop in Kom Ombo en daar bekijk ik de krokodillentempel. Alles moet wel in 30 minuten helaas en Monique eet fruit met de jongens bij de bus. Als ik daar weer aankom hebben we heel wat fans rond de bus. De verkopers willen natuurlijk helemaal niets aan ons verkopen, nee ze willen allemaal kijken wat we in die bus doen. Ze zien veel toeristen, maar niet in een busje en zeker niet met 2 kleine kinderen. Als ze te opdringerig worden halen we de politie erbij. Probleem opgelost.
Monique bekijkt de tempel van Edfu en neem ik de jongens onder mijn vleugels. Rik is de aandacht nu echt zat, Bart was het al, en gaat gillen als er mensen op hem af komen. Dat is wel niet zo vriendelijk, maar ik kan het kereltje volledig begrijpen. Ook roept hij het woord ‘pim’ en we zijn er nog niet achter wat hij daar mee bedoelt.
Terug in Luxor is een genot, want het Rezeiky camp is een prachtig oord. Je mag er wel wat voor betalen, maar het heeft een zwembad met ijskoud water, je kunt er schaken en eten/drinken voor een zacht prijsje. Het is een oase van rust in een stad van 75.000 inwoners. Helaas staat er wel een moskee binnen handbereik en nu het vrijdag is (= zondag voor moslims) wordt er heel wat gezongen. De luidsprekers maken overuren en over smaak val wel te twisten!
De eerste dag in Luxor doen we helemaal niets en tanken bij. Dat is helemaal geen probleem en we ontmoeten de Duitsers van onze leeftijd die zijn gestopt met werken en nu voor onbepaalde tijd reizen. Hun dochter van 21 laten ze achter in Duitsland en elke zomer gaan ze voor 3 maanden terug naar Duitsland. We kletsen wat af en horen diverse dingen over Egypte en proberen in de tussentijd ook nog even de problemen van de wereld op te lossen. Op micro niveau lijkt dat meteen, macro niet. Ligt ook niet in onze handen.
Natuurlijk kunnen we de kracht van de vallei van de Koningen niet weerstaan en de 2de dag bezoeken we die. Eerst nog langs de kolossen van Memnon, die liggen naast de weg, en daarna uitvogelen waar we de kaartjes kunnen kopen. Dat is bij de vallei zelf en we komen er achter dat het ERG heet is in de vallei. De wind heeft een dagje rust en met Rik op mijn rug dwarrelen de zweetdruppel over mijn gezicht. Dat wordt er niet minder op als we 10 meter moeten klimmen over een trap en diezelfde afstand moeten afdalen om in het 1e graf te komen. Gek dat het zo muf ruikt in het graf, he.
Het graf van Toetmoses III bestaat uit 2 kamers en de muren zijn beschilderd. De afbeeldingen zijn redelijk simpel en het lijkt net of ze gisteren zijn overgetrokken. Maakt ons niet uit en de jongens rennen erop los en gillen het uit. We proberen ze wat te temmen, maar dat valt niet mee. Gelukkig mogen de gidsen niets uitleggen in de graven, maar het gegil klinkt te hard in de kleine ruimtes. Gelukkig doet een koekje en wat te drinken wonderen.
We kunnen nog 2 andere graven bezoeken met ons kaartje en het graf van Ramses III is TOP. Het is 125 meter lang en langs de muren zien we de mooiste decoraties die we hebben gezien tot op heden. Mijn tempelmoeheid ben ik even vergeten en we genieten er op los. Dat doen we niet als we buiten zijn, want Bart krijgt een driftbui. Dat was weer een tijd geleden en dit keer gaat hij ook gooien met zand. Een toerist schiet te hulp en dit keer doet een stuk meloen de truc. Als ik later aan Bart vraag waarom hij er zo’n theater van maakte, zegt hij: ‘ik wilde meloen’. Mijn antwoord: ‘vraag dat dan gewoon’. Bart: ‘maar ik wist dat we het niet bij ons hadden’. Wordt vervolgd.
De lunch eten we in de bus op het terrein en we zien dat er bijna geen toeristen meer zijn. Er zijn zelfs winkeltjes die de rolluiken dicht doen. Weer terug in Luxor traditiegetrouw langs de Mac en dat ijsje van 2,25 pond verdwijnt als sneeuw voor de zon. Mag ook wel na de hitte van de vallei.
Bij de camping genieten we weer van alle overlanders die binnen komen en we zien wederom een groep van Dragoman. Die zagen we ook al de eerste keer en die doen goede zaken. Dat geldt ook voor de camping, want iedereen slaapt in een kamer en eet op het terrein. Ook komt er een Franse zwaargewicht van 11t en het is een stel met 2 kinderen: 8 en 10 jaar. Ze zijn via Frankrijk naar Zuid-Afrika gegaan en zijn op weg naar India. Duur reis: 2,5 jaar. Zo zie je maar weer.
Na een té frisse duik in het zwembad zit ons bezoek aan Luxor er op en wordt het tijd om naar de kust te gaan: de Rode Zee. Het konvooi vertrekt weer stipt en we genieten nog een keer van dé bezienswaardigheid van Egypte: het leven langs de Nijl. Overal zijn mens en dier bezig om het land te bewerken en de huizen liggen er mooi bij langs de Nijl. Die huizen zijn van leem en eromheen zwerven dieren, mensen, afval en een loslopende tractor.
Het konvooi heeft er aardig de sokken in en gelukkig maken we van de situatie gebruik. Op een gegeven moment wordt er een stop gemaakt en wij rijden gewoon door. Niemand heeft ons in de gaten en we rijden nu op ons gemak door het prachtige landschap. We worden getrakteerd op geweldig bergpallet en daar zeggen we geen nee tegen. Met een drafje van 80 laten we het aan ons voorbij gaan en komen voor de lunch in port Safaga aan. Daar hebben we even moeite met het vinden van camping Sun Beach en Monique gooit het er even allemaal uit. Dat lucht op.
De camping is een oase en ligt aan het strand. We duiken meteen de zee in en de jongens koelen af. Gek om te realiseren dat mijn zus in Haaksbergen 20 centimeter sneeuw voor de deur heeft en dagen zonder electriciteit heeft gezeten (is iets voor een 3de wereldland, dat Nederland zo is afgezakt tijdens onze reis, hi, hi). We hadden het via een SMS gelezen en het was zelfs op de Wereldomroep. Tijdens het zwemmen komen we er achter dat we in een Duitse oase zijn terechtgekomen, maar dat kan onze vreugde over het koraal en de vissen niet temmen. De vissen staan er gekleurd op en het koraal is ook best mooi. Niet te vergelijken met Australië, maar hier kunnen we het zo van de camping af zien. Geweldig.
Moe maar voldaan eten we die avond boontjes, aardappels en vis en de jongens eten een reuze hoeveelheid. De afwas wordt een zwarte aangelegenheid, want de brander had weer kuren en had een roetwalm. Jakkes, we blijven tobben en hebben de oorzaak nog niet gevonden. Een kleinigheid. Die avond vallen we vroeg in slaap, even de irritaties van de dag wegslapen.
He getverr, weer een dag dat we niet na hoeven te denken over het weer. De zon komt voor 6 uur op en is al heerlijk warm als we buiten komen. Monique neemt de jongens mee naar de speeltuin en daar is een overdaad aan speelgoed. Dat staat er allemaal voor de kinderen van de Duitsers, maar die zijn er nu niet en de jongens leven én spelen in een paradijs. En dit keer alles volgens Duitse normen, dus super veilig.

Losse flodders:
Bart vraagt aan ons: Is god ook met een konvooi gekomen?
Hij krijgt voor de 2e keer pepernoten in zijn schoen en zegt, nee niet weer pepernoten
Rik heeft het over peternoten
Abu Simbel heeft tot nu toe het muggenrecord, zelfs als we alles doodgemept hebben duiken er een uur later weer nieuwe op
Egyptisch witbrood is zoutloos, jakkes
Een Egyptische man kan pas trouwen als hij geld en een huis heeft, voor die tijd moet hij echter wel al zijn geld delen met familie en vrienden…
Aan de kust zijn de prijzen in euro’s, lijkt het minder duur!
En dank aan de sponsors van de flippers en duikbril – we genieten er volop van


Comments:
Nou dat was me weer een verhaaltje zeg, leuk te lezen dat alles nog goed gaat en ik hoop dat dat ook zo blijft. Dat gerecht Om Ali heeft toch niks te maken met die 3 dooie ratten die je heb zien liggen op de markt he? (grapje) als ik er ooit in de buurt kom zal ik het zeker bestellen of je zou ook een pakje voor mij kunnen meenemen(grapje) Groentes uit een niet wit Brielle.
 
Zo, dat is weer een mooi verhaal! Dat gedoe met die convooien waar je je bij aan moet sluiten: waarom is dat? Wel fijn dat je er toch vanaf kan, blijkbaar. Overigens, over de hygiene van hurktoiletjes valt te twisten (China)...

Veel groeten, uit Wellington (20 graden), van Bea en Jean-Paul.
 
Dat was weer even een half uurtje genieten van jullie verhalen. Midden in een druk sinterklaasweekend even meekijken in een totaal andere wereld. Monique alvast gefeliciteerd, ik heb geen idee wanneer je dit leest.Heel veel lieve groetjes vanuit Barendrecht!!
 
Hallo Hans, Monique en de jongens!

Ben weer helemaal op de hoogte! Toch was ik wel benieuwd naar Om Ali (jawel eten is nog steeds een hobby) en Google leverde gelijk het gewenste resultaat!
Zonder iets over de ingredienten te verklappen nog wel het onderstaande.

Legend has it that Om Ali was the first wife of the sultan Ezz El Din Aybek. When the sultan died, his second wife had a dispute with Om Ali, resulting in the second wife's death. To celebrate, Om Ali made this dessert and distributed it among the people of the land.

Een goede reis verder.

Sheila
 
Hoi mensenn

Vanuit Laos heb ik jullie laatste verhaal met veel plezier en herkenning gelezen. Jan en ik zijn in 1998 in Egypte geweest.
Jan voelt zich niet helemaal lekker en ligt te slapen voor mij de kans om bij te lezen...

Jan en Ada
 
Lieve Monique, Hans, Bart en Rik,

Wij hebben er een heerlijke traditie bij: op zaterdagochtend met z'n drieën in bed en we lezen elkaar voor uit jullie reisverslag! We vinden het prachtig geschreven en we zijn gelukkig dat wij ons weekend op deze manier kunnen beginnen! Dank dank, ga zo door en een goede reis, wij reizen met jullie mee!!

Maud, Nafí en Karinxx!!
 
Post a Comment

<< Home

This page is powered by Blogger. Isn't yours?